Grafschennis of belastingheffing?

Overijverige ambtenaar bij de belastingdienst

Ook belastingambtenaren kunnen weleens overijverig te werk gaan. Dit blijkt wel uit een zaak tussen nabestaanden en een voormalig belastingambtenaar. Deze zaak is inmiddels uitgeprocedeerd tot aan de Hoge Raad.

De verdachte, een man die werkzaam was bij de belastingdienst, heeft in de periode van maart 2013 tot en met juli 2014 vernielingen aangericht aan een graf. Nadat de nabestaanden de vernielingen opmerkten, hebben zij een camera geplaatst om zo het graf in de gaten te houden. Toen op de camerabeelden een nieuwe vernieling te zien was, hebben zij aangifte gedaan tegen verdachte. De verdachte werd namelijk door één van de nabestaanden herkend als de belastinginspecteur waarmee haar overleden vader een slepend conflict had over een belastingschuld.

In de rechtbank verklaart verdachte dat hij kunstbloemen heeft weggenomen van het graf om aan de hand van nader onderzoek vast te stellen wat de kostprijs van de grafversieringen moet zijn geweest. Op deze wijze wilde hij het inkomen van de nabestaanden bepalen.

De Rechtbank, het Gerechtshof en de Hoge Raad oordelen achtereenvolgens dat deze onderzoeksmethode niet is toegestaan, omdat hiermee het strafbare feit van grafschennis wordt gepleegd. De redenering dat aan de hand van de waarde van een tweetal kunstbloemen het inkomen van nabestaanden bepaald kan worden, wordt ook van tafel geveegd.

Er zijn dus grenzen aan de onderzoeksbevoegdheden van de belastingdienst. Als andere wetten worden overschreden tijdens het onderzoek, is dat een goede indicatie dat het onderzoek te ver gaat. De belastingdienst vindt ook dat de desbetreffende ambtenaar te ver was gegaan en heeft de desbetreffende ambtenaar dan ook zijn dienstbetrekking opgezegd. Het stereotype belastingambtenaar dat liefst zo min mogelijk werkt is misschien niet positief, maar al te enthousiast te werk gaan kan ook negatieve gevolgen hebben!