Fiscale maatregelen Prinsjesdag 2018

Hier volgt een samenvatting van de fiscale maatregelen van Prinsjesdag 2018. Deze samenvatting gaat over het belastingplan en dus niet over de miljoenennota (op één belangrijke uitzondering na), koopkrachtplaatjes of troonrede, en zeker niet over de hoedjes.

Het belastingplan 2019 is het eerste belastingplan van kabinet Rutte III en daarom ook een uitgebreider belastingplan dan dat we in de voorgaande jaren hebben gezien. In dit belastingplan wordt immers een aanzienlijk deel van het beleid van het kabinetsbeleid opgenomen.

We merken uitdrukkelijk op dat het belastingplan 2019 nog een wetsvoorstel betreft. De inhoud kan dus nog geheel of gedeeltelijk wijzigen. De ervaring leert dat de wet meestal pas half december definitief wordt aangenomen. Tenzij anders staat vermeld is het de bedoeling dat de wijzigingen op 1 januari 2019 ingaan.

Wijzigingen voor particulieren

Inkomstenbelasting: Tarief box 1, werk en woning

Het tariefstelsel in box 1 wordt gewijzigd per 1 januari 2021. De huidige vier schijven worden vervangen door een basistarief van 37,05%. Er komt een tariefsopslag van ongeveer 12%-punt naar een totaal tarief van 49,5% voor inkomen boven de € 68.500,-. Als voorschot op deze stelselwijziging worden de tweede en derde schijf per 2019 en 2020 als geleidelijk verlaagd om de verschillen met de eerste schijf te verlagen.

Inkomstenbelasting: Heffingskortingen

Bepaalde heffingskortingen worden bijgesteld. De afbouw van de ouderenkorting wordt verzacht, van een “alles of niets” benadering, naar een geleidelijke afbouw van 15%.

Inkomstenbelasting: Afbouw hypotheekrente en andere aftrekposten

In een periode van 3 jaar tijd worden aftrekposten, waaronder de hypotheekrenteaftrek, afgebouwd zodat deze effectief alleen nog tegen het basistarief aftrekbaar zijn. Ter compensatie van de afbouw van de hypotheekrenteaftrek wordt ook een geringe, gelijkmatige, afbouw van het eigenwoningforfait gegeven.

Inkomstenbelasting: Aftrek scholingskosten en onderhoud monumenten

Deze aftrekposten zullen geheel worden afgeschaft (scholingsaftrek 2020, monumentenaftrek 2019) Voor beide aftrekposten komt een subsidieregeling in de plaats.

Inkomstenbelasting: ZW-uitkeringen

De voorwaarden waaronder van UWV uitkeringen op grond van de Ziekte Wet kwalificeren als inkomen uit tegenwoordige arbeid wijzigen. Dit heeft bijvoorbeeld gevolgen voor heffingskortingen.

BTW: Zonnepanelen, gevolgen verdwijnen Kleine ondernemersregeling (KOR)

Door het verdwijnen van de KOR zal per 1 januari 2020 de mogelijkheid vervallen voor “particulieren” om BTW-aftrek te krijgen op de aanschaf van zonnepanelen. Wie op of na 1 januari 2016 zonnepanelen heeft laten installeren en de BTW heeft afgetrokken zal vanaf 2020 tot en met (maximaal) 2023 jaarlijks de forfaitaire BTW (maximaal € 200,- per jaar) of 20% herzienings-BTW aan de belastingdienst moeten (terug)betalen.

Wijzigingen voor ondernemers

Inkomstenbelasting: Ondernemersaftrek

In een periode van 3 jaar tijd wordt de ondernemersaftrek voor eenmanszaken (waaronder de zelfstandigenaftrek) afgebouwd zodat deze aftrek effectief alleen nog tegen het nieuwe basistarief aftrekbaar is. Dit gaat ook gelden voor de MKB-korting.

Inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting: Energie investeringsaftrek

Wordt verlaagd van 54,5% naar 45%.

BTW: Kleine ondernemersregeling (KOR)

De KOR zal per 1 januari 2020 verdwijnen en zal worden vervangen door een keuze voor het toepassen van een BTW-vrijstelling als de jaaromzet minder is dan € 17.500,-. Deze regeling geeft ook toegang tot administratieve vereenvoudiging zijn en kan ook gebruikt worden door rechtspersonen.

BTW: Tarief

Het lage BTW-tarief gaat van 6% naar 9%. Facturen die voor 1 januari 2019 zijn uitgereikt en betaald, terwijl de prestatie pas in 2019 wordt geleverd, hoeven niet te worden aangepast.

Wet DBA: ZZP’ers

Vanaf 1 januari 2020 worden de regels voor ZZP’ers gewijzigd. ZZP’ers met een uurtarief tot € 15,- ex BTW die een contract hebben voor meer dan 3 maanden of die bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever verrichten zijn altijd in loondienst. ZZP’ers met een uurtarief vanaf € 75,- ex BTW die een contract hebben voor maximaal 3 maanden of die geen bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever verrichten kunnen er voor kiezen om buiten de loonheffingen te blijven. Val je buiten deze genoemde tijdsgrenzen, dan kan er mogelijk discussie ontstaan. Deze wetswijzigingen zal dus gevolgen hebben voor de ondernemers die ZZP’ers inhuren, maar ook voor de ZZP’ers zelf.

Wijzigingen voor de DGA

Inkomstenbelasting: Tarief box 2, aanmerkelijk belang

De heffing op dividend en verkoopwinst van aandelen in “de eigen BV” (belang 5% of meer) gaat omhoog van 25% naar 26,25% in 2020, en naar 26,9% in 2021.

Inkomstenbelasting: Verliezen box 2

Voorwaartse verliesverrekening wordt beperkt van 9 jaar naar 6 jaar. Dit geldt alleen voor verliezen die in 2019 of later ontstaan. Verliezen die in 2018 of eerder zijn ontstaan kunnen nog 9 jaar worden verrekend. Verliezen die in 2019 of 2020 ontstaan kunnen in verrekening voorrang krijgen op verliezen uit 2017 en 2018.

Inkomstenbelasting: TBS-korting

In een periode van 3 jaar tijd wordt de Ter Beschikking Stelling-korting afgebouwd zodat de aftrek per saldo alleen tegen het basistarief mogelijk is.

Inkomstenbelasting: Schuldengrens voor DGA

Nog niet in het belastingplan, maar wel diep in de miljoenennota verborgen: de DGA die een schuld aan zijn eigen BV heeft zal mogelijk in 2020 worden getroffen door een heffing in Box 2. Schulden aan de eigen BV voor meer dan € 500.000,- worden mogelijk direct geraakt door een Box 2 heffing. Dit punt is een begrotingsplan en nog geen wetsvoorstel. De exacte uitwerking zal waarschijnlijk in belastingplan 2020 worden opgenomen.

Wijzigingen voor vennootschappen

Vennootschapsbelasting: Renteaftrekbeperking

In de VPB worden de renteaftrekbeperkingen voor overnameholdings afgeschaft. Daarvoor komt een regeling in de plaats dat het saldo van aftrekbare rente minus rente ontvangsten niet hoger mag zijn dan 30% van de winst voor rente, belasting en afschrijving (EBITDA). De aftrekbeperking geldt niet voor de eerste € 1.000.000,- rente.

Vennootschapsbelasting: Afschrijvingen gebouwen

De afschrijving op gebouwen in eigen gebruik wordt beperkt. Door de afschrijving mag de waarde niet onder de WOZ-waarde dalen (was: 50% van WOZ).

Vennootschapsbelasting: Verliezen

Voorwaartse verliesverrekening wordt beperkt van 9 jaar naar 6 jaar. Dit geldt alleen voor verliezen die in 2019 of later ontstaan. Verliezen die in 2018 of eerder zijn ontstaan kunnen nog 9 jaar worden verrekend. Verliezen die in 2019 of 2020 ontstaan kunnen in verrekening voorrang krijgen op verliezen uit 2017 en 2018.

De regeling voor beperking van het benutten van houdsterverliezen wordt afgeschaft.

Vennootschapsbelasting: Buitenlandse deelnemingen

Belangen van 50% of meer in laag belaste buitenlandse deelnemingen worden anders belast. De resultaten van deze deelnemingen worden (deels) direct toegerekend aan (en dus belast bij) de Nederlandse aandeelhouder.

Vennootschapsbelasting: Tarief

Het VPB-tarief daalt in 2019 van 20%/25% naar 19%/24,3%. Deze wordt gevolgd door een verdere verlaging in 2020 en nog eens in 2021, tot uiteindelijk 16%/22,25%. De drempel van het lage naar het hoge tarief blijft op € 200.000,-.

Dividendbelasting: Afschaffing dividendbelasting

Het zal niemand zijn ontgaan: de dividendbelasting zal worden afgeschaft per 1 januari 2020.

Nederlandse aandeelhouders betalen deze belasting per saldo niet omdat de dividendbelasting te verrekenen is met de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Nederlandse aandeelhouders van een eigen BV zullen in de regel zelfs te maken krijgen met een verhoging van belasting op dividend (zie bovenstaand inzake het tarief box 2).

Dividenden, royalty’s en rente die worden betaald aan gelieerde vennootschappen die gevestigd zijn in belastingparadijzen (7% of minder winstbelasting, of niet-coöperatieve rechtsgebieden) worden wel getroffen door een bronbelasting van 23,9% (royalty’s en rente vanaf 2021).

Zoals reeds aangegeven betreft het belastingplan nog een wetsvoorstel en is het mogelijk dat bepaalde wetsvoorstellen nog worden gewijzigd of niet worden aangenomen. Gezien de politieke en maatschappelijke discussie geldt dit met name voor de afschaffing van de dividendbelasting.

Wijzigingen voor werkgevers

Loonheffingen: 30%-regeling

De looptijd van de 30%-regeling (voor uit het buitenland gehaalde werknemers met bijzondere kennis) wordt, zonder overgangsrecht, ingekort met 3 jaar naar een geldigheidsduur van 5 jaar in plaats van de huidige 8 jaar. Op 1 januari 2019 vervallen alle 30% regelingen die een einddatum hebben vóór 1 januari 2022. 30%-regelingen met een einddatum na 1 januari 2022 worden met 3 jaar ingekort. Voor de aanvullende vergoeding voor schoolgelden van internationale scholen voor de kinderen van expats geldt wel dat de oorspronkelijke looptijd in stand blijft.

Loonheffingen: Fiets van de zaak

De (elektrische) fiets van de zaak krijgt een forfaitaire bijtelling voor privégebruik. Waar voorheen een exacte kilometerprijs en –administratie moesten worden bijgehouden geldt vanaf 2019 een jaarlijkse bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs per jaar.

Wijzigingen voor specifieke doelgroepen

BTW: Digitale diensten

Ondernemers die digitale diensten leveren aan particulieren in andere EU-lidstaten mogen Nederlandse BTW gaan berekenen (in plaats van buitenlandse) indien zij per jaar voor minder dan € 10.000,- aan particulieren in dat land leveren. Indien de levering meer bedraagt kunnen zij gebruik blijven maken van de mini-one-stop-shop bij de Nederlandse belastingdienst. De administratieve voorwaarden daarvoor worden versoepeld.

Voor afstandsverkopen, waarbij (meestal) via internet een fysiek product wordt besteld en geleverd, zal een dergelijke wijziging per 2021 worden ingevoerd, maar verandert nu nog niets.

Vennootschapsbelasting: Beperking beleggingsinstellingen

Vennootschappen met de status van fiscale beleggingsinstelling mogen per 1 januari 2020 niet meer direct beleggen in Nederlands vastgoed.

Vennootschapsbelasting: Banken en verzekeraars

Er komen enkele wijzigingen in de VPB ten aanzien van de samenstelling van kapitaal bij banken en verzekeraars.

BTW: Sportvrijstelling voor niet-commerciële instellingen

De vereiste dat de sportvrijstelling alleen geldt voor sport “aan leden” komt te vervallen. Daarnaast wordt de vrijstelling op andere punten aangepast. Zo worden exploitatieoverschotten uit subsidies in dit kader niet als winst beschouwd.

Een en ander heeft ook gevolgen voor de ter beschikking stellen van sportaccommodaties door bijvoorbeeld stichtingen en gemeenten. De verhuur van de accommodatie wordt hierdoor vrijgesteld (in plaats van belast tegen het lage tarief, met recht op aftrek). Ter compensatie van dit BTW-nadeel bij verbouwingen en aanschaf van sportartikelen wordt een subsidieregeling voor amateursportorganisaties ingevoerd.

Voor bestaande structuren is de heffing op grond van de herzieningsregeling niet van toepassing indien de herziening het gevolg zou zijn van de gewijzigde wetgeving.

Let op: voor commerciële sportbeoefening zoals bij winst beogende fitnesscentra verandert er op dit punt niets (uiteraard geldt wel de tariefsverhoging van 6% naar 9%).

Loonheffingen: Vrijwilligersvergoeding

Wordt verhoogd met € 200,- naar € 1.700,- per jaar met een maximum van € 170,- per maand.

BTW: Zeeschepen en vliegtuigen

De regels voor wanneer het 0% tarief op de levering van zeeschepen en vliegtuigen kan worden toegepast worden verduidelijkt.

BPM: Taxi’s

De mogelijkheid tot BPM-teruggave op de aanschaf van nieuwe taxi’s wordt per 1 januari 2020 afgeschaft.

Milieu- en energiebelastingen: Vergroening

Er vinden enkele wijzigingen plaats in milieu- en energiebelastingen ter vergroening. In het bijzonder een verschuiving van heffing op elektriciteit naar heffing op gas.

Accijnzen en verbruiksbelastingen: Tarieven

Accijnzen op alcohol en tabak worden verhoogd. Op niet-suikerhoudende-frisdranken wordt de verbruiksbelasting afgeschaft.

Inkomstenbelasting: Vrijstelling pleegvergoeding

De vrijstelling voor de vergoeding aan gezinnen met meer dan 3 pleegkinderen wordt, in afwachting van lopende evaluatie van de vergoeding, met een jaar verlengd. Deze zou in 2018 voor het laatst zijn, maar is ook in 2019 van toepassing.

Verhuurdersheffing: Tarief

Er komt een algemene tariefsverlaging van 0,03% en een aanvullende verlaging voor verduurzaming van huurwoning.

Overige

Kansspelbelasting: Kansspelen op afstand

Kansspelbelasting wordt verschuldigd over buitenlandse (internet) kansspelen.

Inkomstenbelasting: Conserverende aanslagen lijfrente en pensioen

Ten aanzien van premies voor lijfrenten die zijn betaald voor 1992 en in de periode 1 januari 2001-15 juli 2009, dan wel voor pensioenaanspraken voor 16 juli 2009 worden bij emigratie de conserverende aanslagen onder voorwaarden anders berekend, in lijn met een arrest van de Hoge Raad van 14 juli 2017.

MRB: Controle

De belastingdienst krijgt meer bevoegdheden om camerabeelden te gebruiken voor de controle op motorrijtuigenbelasting.

Invordering: fiscale verruiming actio pauliana

De belastingdienst kan al een beroep doen op het civiel rechtelijk begrip actio pauliana (het voortrekken van een schuldeiser ten opzichte van een ander, zoals de belastingdienst). Deze mogelijkheid wordt nu ook bestuursrechtelijk vastgelegd door een aansprakelijkheid stelling voor een bevoordeelde schuldeiser die wist of behoorde te weten dat de belastingdienst zou worden benadeeld.

Daarnaast krijgt de belastingdienst ruimere invorderingsbevoegdheid bij reeds ontbonden vennootschappen en erfgenamen van een nalatenschap die binnen een half jaar voor overlijden is weggeschonken.