Slapend rijk worden? Niet als het aan de Hoge Raad ligt..

Weten jullie het nog? Vorig jaar in september bestond er wellicht een interessante mogelijkheid om slapend rijk te worden. Dit blijkt echter toch te mooi om waar te zijn. De Hoge Raad komt nu namelijk met een ander oordeel.

Slapend rijk worden?

Even het geheugen opfrissen. Het ging om een echtpaar dat hun tuinhuis via Airbnb verhuurde (zoals beschreven in onze blog van september 2019). De rechtbank oordeelde dat de inkomsten van een tijdelijk verhuurd gedeelte van de eigen woning op basis van de wettekst en de wetsgeschiedenis niet tot de eigen woning in box 1 behoorde, maar oordeelde ook dat een tuinhuis niet meegenomen diende te worden bij de berekening van het belastbaar inkomen in box 3. Dit zou betekenen dat de inkomsten van de verhuur en het tuinhuis zelf nergens belast zouden worden. Dit leek fiscaal wel gunstig voor de verhuurder. Wellicht te gunstig…

Het gerechtshof van Amsterdam had namelijk daarna geoordeeld dat de inkomsten van een verhuurd tuinhuis niet in box 1 behoorden. Volgens het gerechtshof hoorde een verhuurd tuinhuis wel in aanmerking te worden genomen bij de heffingsgrondslag voor het inkomen uit sparen en beleggen. Hierdoor wordt het dus iets minder gunstig voor de verhuurder…

De Hoge Raad komt nu met een ander oordeel en verwijst daarbij naar de wetsgeschiedenis. Door een woning, of een gedeelte daarvan, tijdelijk te verhuren wordt het karakter van een hoofdverblijf niet ontnomen. Dit heeft tot gevolg dat de inkomsten van de verhuur van een tuinhuis in box 1 zouden worden belast. Dat de inkomsten nergens belast zouden worden, was toch iets te mooi om waar te zijn. Het gaat dus van een onbelaste mogelijkheid naar de hoofdprijs voor de fiscus.

Het is dus van belang om bij de verhuur van een kamer of tuinhuisje via Airbnb goed op te letten, want het kan niet zo’n gunstige gevolgen hebben voor de inkomstenbelasting. Dan hebben we het nog niet over de BTW gehad.. Daar komen wij in een latere blog op terug.