We zijn er voor je
Ondersteund door ICT
Ondernemer tot ondernemer

Handhaving belastingdienst – schijnzelfstandigheid

Wat verandert er in de handhaving van schijnzelfstandigheid in 2024, 2025 en 2026?

De handhaving van schijnzelfstandigheid, waarbij ZZP’ers ten onrechte worden aangemerkt als ondernemer terwijl ze feitelijk als werknemer werken, is al jaren een belangrijk onderwerp voor de Belastingdienst. De aanpak van schijnzelfstandigheid verandert echter per jaar. Wat kun je verwachten van de handhaving op dit gebied in de komende jaren? In dit blog zetten we de verschillen tussen 2024, 2025 en 2026 voor je op een rijtje.

Handhaving in 2024: Focus op voorlichting en aanwijzingen

In 2024 bleef de Belastingdienst zich richten op het verstrekken van voorlichting aan zowel opdrachtgevers als zelfstandigen. De Belastingdienst voerde bedrijfsbezoeken uit, deed boekenonderzoeken en bood vooroverleg aan voor opdrachtgevers. Als er schijnzelfstandigheid werd geconstateerd, gold in 2024 de regel dat de Belastingdienst alleen correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen kon opleggen bij kwaadwillendheid. Dat betekende dat de Belastingdienst slechts tot vijf jaar terug kon corrigeren, maar alleen als er opzettelijk onjuiste informatie werd verstrekt of als een aanwijzing niet werd opgevolgd.

Als er geen kwaadwillendheid was, gaf de Belastingdienst een aanwijzing aan de opdrachtgever. Dit was geen formeel instrument zoals een boete, maar meer een waarschuwing om de arbeidsrelatie aan te passen. Als de aanwijzing later niet werd opgevolgd, kon de Belastingdienst alsnog correcties opleggen.

Handhaving in 2025: Zachte landing en risicogericht toezicht

In 2025 verandert de handhaving op schijnzelfstandigheid: er komt een zogenoemde “zachte landing”. Dit betekent dat de Belastingdienst het risicogerichte toezicht op schijnzelfstandigheid start met bedrijfsbezoeken. Dit is geen directe controle, maar een gesprek waarin de Belastingdienst opdrachtgevers waarschuwt voor de risico’s van schijnzelfstandigheid. Er wordt dus nadruk gelegd op preventie, zonder dat boetes worden opgelegd.

Daarnaast wordt er vanaf januari 2025 geen aanwijzing meer gegeven voordat er eventueel wordt gecorrigeerd. Als de Belastingdienst schijnzelfstandigheid constateert, kunnen ze direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen, maar alleen vanaf 1 januari 2025. De Belastingdienst zal niet verder terug corrigeren dan deze datum, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of als een eerder gegeven aanwijzing niet is opgevolgd.

In 2025 worden er echter geen boetes opgelegd, zowel geen verzuimboetes als vergrijpboetes. Dit biedt ondernemers enige ruimte om hun bedrijfsvoering aan te passen zonder direct geconfronteerd te worden met financiële sancties. Maar, ook hiervoor geldt dat bij kwaadwillendheid wél boetes kunnen volgen.

Handhaving in 2026: Terug naar de normale regels

Vanaf 2026 keert de Belastingdienst terug naar de reguliere handhavingsregels. Dit betekent dat de Belastingdienst weer boetes kan opleggen en correcties kan uitvoeren tot vijf jaar terug, met uitzondering van de periode vóór 1 januari 2025 (tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of het niet opvolgen van eerdere aanwijzingen).

Daarnaast zal de Belastingdienst weer gebruik maken van de normale handhavingsinstrumenten, zoals boekenonderzoeken, bedrijfsbezoeken en vooroverleg. In dit jaar worden de regels voor het opleggen van boetes ook weer strikt toegepast, zowel voor verzuimboetes als voor vergrijpboetes.

Modelovereenkomsten en het einde van nieuwe goedkeuringen

Opvallend is dat de Belastingdienst vanaf 6 september 2024 gestopt is met het beoordelen van nieuwe modelovereenkomsten en het verlengen van bestaande modelovereenkomsten. De goedgekeurde modelovereenkomsten die vóór deze datum zijn goedgekeurd, blijven echter geldig tot eind 2029, zolang de werkwijze in lijn blijft met de voorwaarden van de overeenkomst. Dit biedt zowel opdrachtgevers als zelfstandigen de zekerheid om nog tot 2029 de goedgekeurde modelovereenkomsten te gebruiken, mits ze zich aan de afspraken houden.

Conclusie

De handhaving van schijnzelfstandigheid zal de komende jaren geleidelijk strenger worden. In 2024 lag de focus op voorlichting en het geven van aanwijzingen, waarbij correcties alleen mogelijk waren bij kwaadwillendheid. In 2025 is gestart met de “zachte landing” met risicogericht toezicht en het vermijden van boetes. Pas in 2026 gaat de Belastingdienst weer volledig over op de reguliere handhavingspraktijk, inclusief het opleggen van boetes en het corrigeren.

Ondernemers hebben in 2025 de kans om hun bedrijfsvoering op dit thema zonder boetes aan te passen aan de wetgeving, terwijl vanaf 2026 striktere regels gelden. Het is belangrijk voor zowel opdrachtgevers als zelfstandigen om zich bewust te zijn van deze veranderingen, zodat ze niet onverwachts met naheffingen of boetes worden geconfronteerd.

De komende periode biedt dus een kans om de situatie rond schijnzelfstandigheid te verbeteren, met een mix van voorlichting, waarschuwingsmaatregelen en uiteindelijk strengere handhaving vanaf 2026.