
Prinsjesdag 2023 – Vennootschapsbelasting en DGA

Per 1 januari 2025 zal de zogenoemde Open Commanditaire Vennootschap niet meer belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting. Het verschil tussen de Open Commanditaire Vennootschap en de (Besloten) Commanditaire Vennootschap komt dan te vervallen. Voor aanmerkelijkbelanghouders volgt in privé een afrekenmoment. In 2024 geldt een complexe overgangsregeling om de structuur te wijzigen. Hierbij verdient het aandacht dat voor de overdrachtsbelasting alleen situaties worden gerespecteerd die reeds voor 19 september 2023 (15:15 uur) bestonden.
De beoordelingscriteria of een buitenlandse entiteit fiscaal gezien als zelfstandig belastingplichtig of als transparant wordt gezien gaan wijzigen. Dat houdt in dat ondernemingen met een belang in een buitenlandse entiteit, of een buitenlandse entiteit als aandeelhouder, hun structuur opnieuw tegen het licht zullen moeten houden. Mogelijk wijzigt de beoordeling, wat tot andere fiscale gevolgen kan leiden.
- Buitenlandse entiteiten die vergelijkbaar zijn met een Nederlandse entiteit zullen fiscaal gelijk aan de vergelijkbare Nederlandse entiteit worden behandeld.
- Niet-vergelijkbare buitenlandse entiteiten die in Nederland zijn gevestigd zullen voor de Nederlandse heffing vennootschapsbelastingplichtig zijn.
- Niet-vergelijkbare buitenlandse entiteiten die in het buitenland zijn gevestigd, maar welke Nederlands inkomen genieten, zullen fiscaal hetzelfde worden behandeld als de behandeling in het vestigingsland. Deze beoordeling kijkt naar het land van vestiging (niet oprichting) en kan van jaar tot jaar anders zijn bij bijvoorbeeld zetelverplaatsingen of keuzeregimes.
De wijziging gaat op 1 januari 2025 in.
Voor een Fonds voor Gemene Rekening (FGR) komen strengere regels om onder de vennootschapsbelasting te blijven. Een FGR moet gereguleerd zijn onder de Wet Financieel Toezicht en vrij verhandelbare participatiebewijzen hebben. In 2024 geldt een overgangsregeling om de structuur te wijzigen. Deze wijziging ziet niet op de zogenoemde “Besloten FGR” / “Transparante FGR”.
Vennootschappen met de status fiscale beleggingsinstelling mogen vanaf 1 januari 2025 geen directe beleggingen meer houden in Nederlands vastgoed. Anders gaat de speciale status verloren. Het is wel toegestaan om aandelen te houden in een regulier belaste 100%-dochter welke het vastgoed houdt. In 2024 kan een dergelijke structuur in het kader van overgangsrecht worden opgericht.
Een vrijgestelde beleggingsinstelling moet vanaf 1 januari 2025 gereguleerd zijn onder de Wet Financieel Toezicht. Hiermee is het niet langer mogelijk privé vermogens in een dergelijke vennootschap te beleggen.
Het is nu mogelijk om tot 50% van de winst met een maximum van € 100.000 aan onzakelijke giften uit de BV te schenken aan goede doelen met de ANBI-status. Daarbij speelt een discussie of dit niet een verkapte uitdeling aan privé is. Binnen deze grenzen geldt een goedkeuring dat hier geen uitdeling speelt.
Deze regeling gaat verdwijnen. Onzakelijke giften zijn in de BV niet meer aftrekbaar. Hier tegenover wordt wel expliciet geregeld dat er, ongeacht de hoogte, ook geen sprake kan zijn van een verkapt voordeel in Box 2.
Deze wijziging is nadelig voor kleine giften maar kan bij zeer grote giften juist voordelig uitwerken. Indien de gift via privé zou lopen, dan is deze aftrekbaar tegen ongeveer 37% met een maximum van € 250.000 per jaar. Via de BV, zonder discussie over een uitdeling, daalt de waarde van de Box 2 claim met nominaal 31%, hier zit geen maximum aan verbonden.
Wijzigingen voor de directeur grootaandeelhouder
Een DGA die naar het buitenland is geëmigreerd zou de regeling voor excessief lenen van meer dan € 700.000 bij de eigen BV kunnen voorkomen door een buitenlandse vennootschap op te richten. Dit “lek” wordt gedicht. Let overigens op dat de eerste peildatum voor deze wet al op 31 december 2023 is. Schulden aan de eigen BV van, in totaal, meer dan € 700.000 worden dan belast (behalve als deze kwalificeren als eigenwoningschuld).
Reeds vorig jaar besloten: het tarief in Box 2 stijgt van 26,9% naar 31%, met een verlaagd tarief van 24,5% voor de eerste € 67.000 (x2 voor partners).