We zijn er voor je
Ondersteund door ICT
Ondernemer tot ondernemer

Eerste analyse “D-day arresten” Box 3

Het is 6 juni 2024, de 80-jarige herdenking van D-day in Normandië. In Den Haag was het vandaag ook D-day, maar dan voor Box 3. “De belastingbetaler” en de belastingdienst/staatssecretaris voerden een fiscale veldslag op meerdere fronten.

De Hoge Raad oordeelde in enkele zaken die volgden op het zogenoemde Kerstarrest van 24 december 2021. Onderstaand de eerste samenvattingen.

Het Kerstarrest in het kort

In Box 3 wordt het inkomen op vermogen belast. Hierbij worden vaste, fictieve, rendementspercentages gehanteerd voor spaargeld (laag rendement van rond 0%-1%) enerzijds en beleggingen (hoog rendement van rond 5%-6%) anderzijds. De exacte rendementen werden van jaar tot jaar vastgesteld.

Tot en met 2022 was de fictie dat wie veel vermogen had, automatisch meer ging beleggen. Zo werd een vermogen van meer dan 1 miljoen euro volledig belast als belegging. Ook al stond het geld op een bankrekening, tegen een feitelijk negatieve rente.

In het Kerstarrest van 24 december 2021 verklaarde de Hoge Raad deze wijze van heffing onrechtmatig. Enerzijds omdat spaarders mogelijk tegen beleggingsrendementen werden belast en anderzijds omdat “minder fortuinlijke beleggers” ook tegen een te hoog fictief rendement werden belast.

De Spaarvariant

Na het Kerstarrest, dat zag op het jaar 2017, werd via een herstelwet de Spaarvariant ingevoerd. In de Spaarvariant geldt dat spaargeld tegen een laag rendement (0%-1%) wordt belast, en beleggingen tegen een hoog rendement (5%-6%). Schulden zijn tegen een rendement van 2%-3% aftrekbaar. Hiermee is nog steeds niet de kern van het probleem opgelost, er wordt immers nog steeds belasting geheven naar een fictief rendement. Enkel de fictieve verdeling van box-3 vermogen over sparen vs. beleggen is in dit systeem weggehaald.

De herstelwet ziet op de jaren 2017-2022. In deze jaren kan worden gekozen voor de meest gunstige behandeling: de “oude wet”, of de Spaarvariant.

Vanaf 2023 geldt alleen nog de Spaarvariant.

De arresten van 6 juni 2024

De Hoge Raad oordeelt op 6 juni 2024 samengevat als volgt:

In de spaarvariant wordt voor spaargeld uitgegaan van een rendement dat de werkelijkheid benadert. Wie alleen spaargeld heeft en geen beleggingen, heeft geen schade als gevolg van Box 3.

Voor beleggingen is dit anders. Het vaste percentage 5%-6% doet geen recht aan een werkelijk lager rendement. Beleggers die een lager werkelijk rendement hebben behaald dienen op basis van de arresten dus rechtsherstel te krijgen. De bewijslast ligt hiervoor bij de belegger.

Dan is meteen de vraag hoe het werkelijke rendement wordt berekend. Hiervoor geeft de Hoge Raad enkele rekenregels.

  • – Er wordt uitgegaan van het gemiddelde rendement op het gehele Box 3 vermogen (dus inclusief banktegoeden). Verliezen op aandelen moeten dus worden verrekend met winsten op een vastgoedbelegging. Het is niet toegestaan op een onderdeel van het vermogen rechtsherstel te claimen.
  • – Als wordt uitgegaan van werkelijk rendement, dan worden ook andere forfaitaire elementen uit Box 3 buiten beschouwing gelaten. Bijvoorbeeld het heffingsvrije vermogen. Bij de werkelijke rendementsberekening mag dan ook geen rekening worden gehouden met heffingsvrijvermogen.
  • – Bij de berekening van het werkelijke rendement moeten zowel gerealiseerde als ongerealiseerde waardeverschillen worden meegenomen. Een waardestijging van een vastgoedportefeuille leidt dus tot een hoger werkelijk rendement.
  • – Het werkelijk rendement wordt nominaal berekend, dus zonder inflatiecorrectie.
  • – Het werkelijk rendement wordt van jaar tot jaar zelfstandig berekend. Dat houdt in dat per jaar kan worden gekozen of er een beroep op het werkelijke rendement wordt gedaan, of een beroep op het wettelijke rendement (als dat lager is). Dit houdt echter ook in dat er geen ruimte is om verliezen in andere jaren te verrekenen.
  • – Bij de berekening van het werkelijke rendement wordt alleen rekening gehouden met de kosten van leningen (rente) die in Box 3 vallen. Met andere kosten mag geen rekening worden gehouden.

Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de belastingdienst geen rente verschuldigd is over de compensatie die moet worden terugbetaald.

Hoewel de arresten van 6 juni 2024 over de jaren 2017-2022 gaan, heeft de Hoge Raad ze ook direct van toepassing verklaard op de wet die in 2023 is ingegaan. Ook daarop zien deze arresten dus.

Gevolgen van de arresten van 6 juni 2024

De vraag is hoe nu verder. De belastingdienst zal met dit arrest van de Hoge Raad aan de slag moeten. Er is reeds aangegeven dat er een formulier “opgaaf werkelijk rendement” zal worden gepubliceerd. Wanneer dat gebeurt is nog niet bekend.

Beleggers kunnen nu gaan rekenen of zij goedkoper uit zijn met het werkelijke rendement.

Als de berekening werkelijk rendement voordeliger is, dan kan mogelijk om teruggave worden verzocht. Als de berekening nadelig is, dan is er geen actie nodig (er hoeft niet te worden bijbetaald!).

Hierbij is de formele status van de aanslag nog wel van belang.

Over de jaren tot en met 2018 kan in beginsel geen verzoek meer worden gedaan.

Voor de jaren 2019 en 2020 is de vraag of er tijdig bezwaar is gemaakt tegen de aanslag.

Voor 2019 moet een eventueel verzoek om teruggaaf voor 31 december 2024 zijn ingediend.

Als er geen bezwaar is gemaakt, maar de aanslag 2019/2020 is opgelegd na 12 november 2021 dan toch kan een ambtshalve verzoek worden ingediend. Mogelijk volgt een aanvullende discussie over de vraag op de arresten van 6 juni 2024 nieuwe rechtspraak is of een uitleg van de Kerstarrest.

Voor de jaren 2021-2023 heeft de belastingdienst het beleid gevoerd om geen aanslagen meer op te leggen waarin Box 3 beleggingen zijn opgenomen. Voor deze jaren geldt dan ook dat er vermoedelijk geen aanslag ligt. Als deze nu volgt kan binnen 6 weken bezwaar worden gemaakt.

Conclusie

Voor de belegger is er werk aan de winkel om te gaan rekenen naar het werkelijke rendement. Mogelijk kan er een verzoek om teruggaaf worden gedaan bij de belastingdienst. Hoe een en ander praktisch gaat uitwerken is voor nu nog onduidelijk. Mocht je nu toch al behoefte hebben aan meer toelichting, neem dan contact op met je EJP-adviseur!