
Wijzigingen tarieven en bedragen in de belastingwet
In de belastingwetten staan veel normbedragen of percentages. Veel van deze getallen worden jaarlijks automatisch opnieuw berekend. De nieuwe bedragen voor 2024 zijn onlangs bekend gemaakt. Onderstaand de belangrijkste zaken. Over enkele punten moet de Eerste Kamer nog stemmen. Naar verwachting zal alles echter worden aangenomen.
Gebruikelijk loon 2024
Een DGA moet bij “de eigen BV” een salaris verdienen dat overeenkomt met de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Wat verdient een vergelijkbare werknemer in loondienst? Hiervoor geldt een normbedrag waarbij de bewijslast omkeert.
Dit bedrag gaat op 1 januari 2024 van € 51.000 naar € 56.000 (bruto per jaar).
De DGA die minder dan € 56.000 verdient moet aannemelijk maken dat hij niet te weinig verdient. Als het salaris hoger is dan € 56.000 dan ligt de bewijslast dat het loon (nog) hoger moet zijn bij de belastingdienst.
Tariefschijven Box 1
In Box 1, waarin onder andere het loon wordt belast, geldt in beginsel een tweeschijventarief van 36,97% en 49,5%. De grens waarop de 49,5% van toepassing is gaat van € 73.031 naar € 75.518.
Het marginale belastingtarief (dat is hoeveel belasting je betaalt over de volgende € 1 die je verdient) zit ingewikkelder in elkaar. Dat komt door de afbouw van heffingskortingen en de afbouw van zorgtoeslag. Omdat bijna iedereen in Nederland verplicht een zorgverzekering heeft kan de afbouw van de zorgtoeslag bijna gelijk worden gesteld aan belastingheffing.
Als de heffingskortingen en de zorgtoeslag worden meegenomen dan zijn er niet 2 maar 15 tariefschijven die variëren van 0% tot 56,01%.
– Het hoogste tarief van 56,01% geldt voor een inkomen tussen € 76.500 en € 125.000.
– Ook lage tot modale inkomens worden zwaar belast. Tussen € 27.500 en € 37.500 betaal je 54,8% over elke euro die je extra verdient. Dit zit vooral in de afbouw van zorgtoeslag.
– Vanaf € 125.500 aan inkomen komt je uit op het vaste marginale percentage van 49,5%. Over die eerste € 125.500 is dan in totaal al 41,96% betaald.
De meeste kosten, zoals de hypotheekrente, zijn aftrekbaar tegen maximaal 36,97%, hoewel ook hier de heffingskorting weer een rol in kan spelen. Het opvoeren van kosten leidt tot minder afbouw van heffingskortingen. Afhankelijk van het inkomen leiden aftrekbare kosten meestal tot een besparing tussen 36,97% en 43,03%
Al het bovenstaande geldt overigens alleen voor personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt.
Kortom: het zogenaamde “tweeschijventarief” is zeer onoverzichtelijk.
Tariefschijven Box 2 en vennootschapsbelasting
In Box 2 van de inkomstenbelasting worden onder andere dividend uit de eigen BV en verkoop van aandelen in de eigen BV belast. Het tarief moet dan ook in samenhang worden gezien met de vennootschapsbelasting.
De tariefschijven in de vennootschapsbelasting blijven ongewijzigd. Deze blijven 19% over de eerste € 200.000 en 25,8% over het meerdere. Opmerkelijk is dat de € 200.000 nooit automatisch wordt geïndexeerd. Op basis van de inflatiecijfers zou dit eigenlijk € 218.000 moeten zijn.
In 2024 komen er twee schijven in Box 2. In 2023 was dit nog een vast tarief van 26,9%. Wie € 67.000 aan inkomen in Box 2 heeft gaat hierover 24,5% betalen. Daarboven wordt het tarief 33%. Als je een fiscaal partner hebt dan kan je aan je partner € 67.000 toerekenen en het lage tarief tweemaal gebruiken.
Als je een fiscaal partner hebt dan betaal je in 2024 over € 186.725 bruto dividend evenveel heffing als in 2023. Keer je minder uit, dan is uitkering in 2024 voordeliger. Bij een hogere uitkering is het voordeliger om dit nog in 2023 te doen (exclusief eventueel gevolg in Box 3). Zonder fiscaal partner ligt dit bedrag op € 93.361.
Als we de vennootschapsbelasting en Box 2 heffing over 2024 combineren dan leidt dat tot de volgende tabel.
Van | Tot | Fiscaal Partner | Geen Fiscaal Partner |
---|---|---|---|
€ 0 | € 67.000 | 38,85% | 38,85% |
€ 67.000 | € 134.000 | 38,85% | 45,73% |
€ 134.000 | € 200.000 | 45,73% | 45,73% |
€ 200.000 | meer dan € 200.000 | 50,29% | 50,29% |
In Box 2 wordt ook het zogenoemde Excessief Lenen belast. Wie op 31 december 2023 meer dan € 700.000 van de eigen BV heeft geleend, wordt over het meerdere belast. Op 31 december 2024 wordt dit bedrag verlaagd naar € 500.000. Leningen die kwalificeren als eigenwoningschuld (waarvoor hypotheekrenteaftrek geldt) tellen onder voorwaarden niet mee.
Tariefschijven en rendementen Box 3
Het tarief in Box 3 stijgt in 2024 van 32% naar 36%. Box 3 wordt in beginsel berekend over rendement op inkomen in drie categorieën waarbij het vermogen op 1 januari wordt bepaald. De rendementspercentages over het vermogen op 1 januari 2024 zijn bekend gemaakt. In het belastingplan is reeds eerder besloten om het vrijgestelde vermogen niet te indexeren.
Rubriek | Voorlopige aanslag IB 2023 | Aangifte IB 2024 |
---|---|---|
Bankrekeningen e.d. | 0,36% | 1,03% |
Beleggingen | 6,17% | 6,04% |
Schulden | 2,57% | 2,47% |
Vrijstelling (bij fiscaal partners: dubbel) | € 57.000 | € 57.000 |
Het percentage voor beleggingen 2023 staat vast. Voor bankrekeningen en schulden zal het percentage in 2023 nog wijzigen op basis van de actuele rentestanden in 2023. Deze percentages worden in februari 2024 definitief bekend gemaakt. Vanaf 2024 vindt deze correctie achteraf niet meer plaats en zijn bovengenoemde tarieven definitief, zodat er eerder zekerheid is over de positie in Box 3.
Opvallend is dat de fiscale rente op schulden daalt, terwijl de marktrente stijgt. Dit komt omdat de rente wordt berekend op basis van de gemiddelde openstaande hypotheekschuld op woningen. Er staan relatief weinig woningen te koop. Ook worden er minder hypotheken met langlopende lage rente overgesloten. Daarom worden er relatief weinig nieuwe hypotheken afgesloten. Hierdoor zit de gemiddeld rente op woninghypotheken nog in de dalende trend.
Al het bovenstaande is de wettelijke systematiek voor het berekenen van de belastingheffing in Box 3. In het eerste kwartaal van 2024 wordt een belangrijke uitspraak van de Hoge Raad verwacht. Dit kan er toe leiden dat het mogelijk wordt om, via een bezwaarprocedure, een lager werkelijk rendement aan te tonen.
We hopen je met bovenstaande inzicht te hebben gegeven in de nieuwe percentages, tarieven en bedragen die vanaf 2024 zullen gelden. Mocht je nog nadere vragen hebben, kun je natuurlijk altijd contact opnemen met een van onze specialisten!