We zijn er voor je
Ondersteund door ICT
Ondernemer tot ondernemer

Dit kunnen de belastingplannen voor 2027 betekenen

Op Prinsjesdag zijn de contouren zichtbaar geworden van een pakket fiscale maatregelen voor 2027. De plannen raken onder meer werknemers, ondernemers, vastgoedbeleggers, werkgevers en sectoren zoals de glastuinbouw en de transportsector.

Hieronder lichten we de belangrijkste voorgenomen wijzigingen toe.

Voor 2027 wordt een koopkrachtpakket voorzien. De tarieven in de eerste twee schijven van de inkomstenbelasting zouden stijgen, terwijl de arbeidskorting wordt verhoogd. Voor belastingplichtigen die nog geen AOW ontvangen, wordt een eerste schijf van 36,23% tot € 39.247 en een tweede schijf van 38,16% tot € 78.426 genoemd. De maximale arbeidskorting zou stijgen naar € 5.929. De maximale ouderenkorting zou juist dalen naar € 1.993.

Ook wordt voorgesteld om de inflatiecorrectie in 2027 en 2028 slechts gedeeltelijk toe te passen. Hierdoor stijgen tariefgrenzen en heffingskortingen minder sterk mee met de inflatie dan bij volledige indexatie.

Een praktische wijziging voor werkgevers en werknemers is de verhoging van de onbelaste kilometervergoeding van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Volgens het concept krijgt deze verhoging terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. De hogere vergoeding zou ook doorwerken naar de aftrek van zakelijke reiskosten voor ondernemers en resultaatgenieters.

De eerder aangekondigde verhoging van de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling naar 25 jaar per 2027 zou niet doorgaan. In plaats daarvan wordt een geleidelijker overgang voorzien: van 16 naar 17 jaar in 2027 en vervolgens naar 20 jaar in 2028.

Voor auto’s die uiterlijk op 31 december 2025 al onder de regeling vielen, is overgangsrecht voorzien. Daarmee kunnen bestaande gevallen langer van de huidige regeling gebruikmaken. Voor werkgevers en dga’s met oudere zakelijke auto’s blijft het belangrijk om de exacte voorwaarden en de waardegrondslag zorgvuldig te toetsen.

Voor investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen wordt een verhoging van het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek genoemd, van 40% naar 45,5% per 1 januari 2027.

Daar staat tegenover dat de startersaftrek vrijwel zou verdwijnen. De aftrek zou in 2027 dalen van € 2.123 naar € 10 en in 2028 geheel vervallen. Ook de willekeurige afschrijving voor starters zou per 2028 eindigen. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid zou volgens het concept vanaf 2029 vervallen.

Voor startende ondernemers kan dit aanleiding zijn om geplande investeringen, de ondernemingsvorm en de timing van fiscale keuzes opnieuw te beoordelen.

De aftoppingsgrens voor fiscaal gefaciliteerde pensioen- en lijfrenteopbouw zou van 2027 tot en met 2032 worden bevroren op € 137.800. Dit beperkt de verdere opbouwruimte voor hogere inkomens.

Daarnaast wordt voorgesteld de vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten af te schaffen. Kortingen op bijvoorbeeld producten uit de eigen winkel, kleding, elektronica of verzekeringen

zouden dan alleen nog binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling kunnen worden ondergebracht. Werkgevers doen er goed aan om hun arbeidsvoorwaarden en WKR-administratie hierop voor te bereiden.

Vennootschapsbelasting: innovatiebox ruimer, valutaresultaten anders behandeld

Voor innovatieve mkb-ondernemingen wordt een verruiming van de forfaitaire regeling in de innovatiebox voorgesteld. Het maximumbedrag dat onder de vereenvoudigde regeling aan de innovatiebox kan worden toegerekend, zou stijgen van € 25.000 naar € 100.000.

Verder wordt de fiscale behandeling van valuta-afdekking bij deelnemingen aangepast. Alleen het niet-ingeprijsde valutaresultaat zou nog onder de deelnemingsvrijstelling vallen. Het ingeprijsde valutaresultaat wordt volgens het concept belast. Bij buitenlandse deelnemingen en bestaande hedgeposities is het van belang om tijdig te beoordelen of overgangsrecht van toepassing kan zijn.

Het algemene tarief in de overdrachtsbelasting voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt, zou per 1 januari 2027 dalen van 8% naar 7%. Het gaat onder meer om huurwoningen, tweede woningen en vakantiewoningen.

Voor woningcorporaties wordt een nieuwe vrijstelling voorzien voor overdrachten van DAEB-vastgoed tussen corporaties. Dit moet onderlinge overdrachten van sociale huurwoningen en aanverwant vastgoed eenvoudiger maken.

De timing van vastgoedtransacties kan door deze plannen relevanter worden. Zolang de wet niet definitief is, blijft voorzichtigheid geboden bij het rekenen met het beoogde tarief.

Een aantal maatregelen heeft gevolgen voor prijzen en kosten:

1. Het verlaagde btw-tarief voor sierteeltproducten en ballonvaarten zou per 1 januari 2028 vervallen. Het tarief zou daardoor stijgen van 9% naar 21%.
2. De tijdelijke accijnskorting op benzine zou worden verlengd tot 1 januari 2028. Het tarief zou in 2027 wel licht stijgen, maar onder het reguliere geïndexeerde tarief blijven.
3. De teruggaafregeling voor bio- en hernieuwbare brandstoffen zou per 1 januari 2027 eindigen.
4. De alcoholaccijns zou voortaan jaarlijks met de inflatie worden geïndexeerd. Ook de kleine brouwersregeling zou vervallen.
5. De belasting op leidingwater zou stijgen van 43,7 naar 53,7 eurocent per m³.
6. Het hoogste tarief van de gedifferentieerde vliegbelasting voor langeafstandsvluchten zou worden verlaagd naar € 59,43 per passagier.
7. Voor de glastuinbouw wordt een tijdelijk lager energiebelastingtarief genoemd, als compensatie voor de verwachte kosten van een bijmengverplichting voor groen gas.

Voor bedrijven met een hoog energie-, water- of brandstofverbruik kunnen deze plannen direct effect hebben op de kostprijs en begroting voor 2027.

De toekomst van box 3 blijft onzeker. Er wordt gewerkt aan een stelsel dat beter aansluit bij het werkelijk rendement, maar de definitieve vormgeving en dekking zijn nog onderwerp van politieke besluitvorming.

Voor beleggers en andere box 3-belastingplichtigen blijft een goede vermogensadministratie belangrijk, zeker wanneer een heffing op basis van werkelijk rendement verder vorm krijgt.

De plannen zijn nog niet definitief, maar voorbereiding kan wel verstandig zijn. Wij adviseren om alvast te kijken naar:

8. de gevolgen voor uw loonbeleid, reiskostenvergoedingen en personeelsregelingen;
9. de timing van investeringen, vastgoedtransacties en innovatieactiviteiten;
10. bestaande valutarisico-afdekkingen binnen deelnemingsstructuren;
11. de financiële effecten van energie-, water- en brandstofheffingen;
12. uw vermogensadministratie in relatie tot toekomstige box 3-wijzigingen.

EJP volgt de parlementaire behandeling nauwgezet. Zodra er meer duidelijkheid is over de definitieve wetgeving, informeren wij u over de gevolgen voor uw onderneming en persoonlijke situatie.

Dit artikel is opgesteld op basis van een interne conceptbron. De beschreven maatregelen zijn voorlopige plannen en kunnen tijdens de behandeling in de Tweede Kamer en Eerste Kamer nog veranderen. Aan dit artikel kunnen daarom geen rechten worden ontleend.