Eerste Kamer zet box 3 op pauze: komt de belasting op papieren winsten ten val?
De behandeling van het nieuwe box 3-stelsel heeft opnieuw een verrassende wending gekregen. De Eerste Kamer heeft de stemming over het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement uitgesteld en geeft staatssecretaris Eelco Eerenberg de zomer de tijd om met aanpassingen te komen. Daarmee lijkt de invoering van het nieuwe box 3-stelsel opnieuw minder zeker dan enkele maanden geleden.
De kern van de discussie is inmiddels helder. Een grote meerderheid van de Eerste Kamer heeft moeite met de voorgestelde vermogensaanwasbelasting, waarbij jaarlijks belasting wordt geheven over waardestijgingen van beleggingen, ook als deze nog niet zijn verkocht. Met andere woorden: belasting betalen over winst die alleen op papier bestaat.
Met name VVD en CDA hebben zich kritisch opgesteld. Zij geven duidelijk de voorkeur aan een vermogenswinstbelasting, waarbij pas belasting verschuldigd wordt op het moment dat een belegging daadwerkelijk wordt verkocht en de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Die visie wordt ondersteund door onder meer BBB, PVV, JA21, SGP, FVD en 50PLUS. Daarmee lijkt zich een ruime meerderheid af te tekenen tegen een permanente belastingheffing over ongerealiseerde vermogensgroei.
Voor beleggers en ondernemers is dat een belangrijke ontwikkeling. Een belasting op papieren winsten kan immers leiden tot liquiditeitsproblemen. De waarde van een aandelenportefeuille of vastgoedbelegging kan stijgen zonder dat daar direct geld tegenover staat. Toch zou op grond van het huidige voorstel wel belasting moeten worden betaald. Dat uitgangspunt stuit in de praktijk op veel weerstand.
Tegelijkertijd bevindt het kabinet zich in een lastig parket. Een directe overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting kost volgens eerdere berekeningen van het ministerie van Financiën miljarden euro’s aan belastingopbrengsten. Tot 2036 zou het verschil kunnen oplopen tot circa 22 miljard euro. Dat geld moet volgens de begrotingsregels elders worden gevonden, waarbij het kabinet nadrukkelijk aangeeft niet naar hogere belastingen op arbeid te willen kijken.
De komende maanden wordt daarom gezocht naar een politiek compromis. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de behandeling van ongerealiseerde winsten, maar ook naar andere aanpassingen zoals verliesverrekening en een ruimere regeling voor start-ups. Ook deze wijzigingen hebben echter een aanzienlijk budgettair prijskaartje.
Voor belastingplichtigen betekent het uitstel vooral dat de onzekerheid voorlopig voortduurt. Wel wordt steeds duidelijker dat de politieke steun voor een permanente vermogensaanwasbelasting afneemt. De kans lijkt daardoor groter te worden dat Nederland uiteindelijk toch beweegt richting een systeem waarin belasting pas wordt geheven wanneer rendement daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Op Prinsjesdag moet blijken welke richting het kabinet uiteindelijk kiest. Eén ding lijkt inmiddels vast te staan: het box 3-dossier blijft ook in 2026 het meest complexe en politiek gevoelige belastingdossier van Nederland.
Visie EJP
Vanuit rechtszekerheid en uitvoerbaarheid is het begrijpelijk dat de Eerste Kamer kritisch kijkt naar de belastingheffing over papieren winsten. Het draagvlak voor een stelsel neemt snel af wanneer belasting moet worden betaald zonder dat er daadwerkelijk liquiditeiten beschikbaar zijn. Tegelijkertijd blijft de uitdaging om een systeem te ontwikkelen dat zowel rechtvaardig, uitvoerbaar als budgettair houdbaar is. De zomer van 2026 zal daarom cruciaal zijn voor de toekomst van box 3. Op Prinsjesdag weten we of het kabinet erin is geslaagd de uiteenlopende politieke wensen met elkaar te verenigen.